Historie van de kerk

Midden in het dorp Nieuwenhoorn, onderdeel van Hellevoetsluis, staat het oudste gebouw van Hellevoetsluis, de Dorpskerk.

In de kerk worden geen diensten meer gehouden en het gebouw heeft nu een culturele bestemming.

Historie van de kerk

Het zal u niet verbazen, dat de geschiedenis van onze Dorpskerk nauw verbonden is met het ontstaan van het dorp Nieuwenhoorn.

En dat ontstaan is weer gevolgd op het bedijken van de Nieuwenhoornse polder.
Om kort te gaan, niets gebeurt zonder aanleiding en elke oorzaak heeft weer een gevolg.

Om het hoe en waarom van de geschiedenis van onze kerk te verhelderen, gaan we daarom eerst een meer dan aardig eindje terug in de tijd.
Om precies te zijn naar het einde van de laatste ijstijd zo’n 20.000 jaar geleden.

Einde Laatste IJstijd - 18.000 B.C.

Aan het einde van de laatste ijstijd lag de Noordzee grotendeels droog.
Je kon toen over het zgn. Doggerland naar het huidige Groot Brittannië lopen.
Doggerland is de naam die wij tegenwoordig aan de destijds droogliggende Noordzee geven.

Het zeeniveau lag destijds zo’n 120 m. onder het huidige niveau.
En het was hier toen zo’n 6 graden kouder dan tegenwoordig.

Doggerland, 18.000 BC

Wat wij nu Nederland noemen, grensde toen nergens aan zee.

De dichtstbijzijnde kustlijnen lagen in het noorden voorbij de lijn tussen het huidige Zuid-Zweden en Schotland.
In het westen voorbij de kust van de Britse eilanden.
En in het zuiden voorbij de lijn tussen het de uiterste punten van het huidige Bretagne en Cornwall.

Noordzee Stijgt tot aan Huidige Kustlijn - begin jaartelling

De temperatuur is sinds het einde van de laatste ijstijd langzaam gaan stijgen en stijgt nog steeds.
Tot aan het begin van onze jaartelling is het zeeniveau van de genoemde -120 m. tot enkele meters onder het huidige niveau gestegen.
Het zeewater bereikte de huidige kustlijn en aan onze kust werden duinenrijen en strandwallen gevormd.

Stormvloeden - 1500 N.C

Na het begin van onze jaartelling is het zeeniveau als gevolg van de nog steeds gaande zijnde opwarming verder gestegen tot het huidige niveau.

Door de verdere stijging en door stormen en hoog water ontstonden er eerst kleine maar later steeds meer en grotere doorbraken van de duinen en uiteindelijk definitieve zeearmen en watervlakten achter de duinen.
Voorbeelden daarvan zijn de Waddenzee, de Zuiderzee, de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en de zeearmen daartussen.

Gedurende de Middeleeuwen hebben vorm en grootte van de verschillende Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden door herhaalde stormvloeden dramatische veranderingen ondergaan.
Daarbij ging veel have, goed en land verloren en zijn veel mensenlevens verloren gegaan.

De eerste beschreven stormvloed is die van 838, waarbij het water “net zo hoog stond als de toppen van de duinen”.
Bekende stormvloeden zijn de Eerste St. Elizabethsvloed (1404) waarbij grote delen van Vlaanderen, Zeeland en Holland werden overstroomd.
En de Tweede St. Elizabethsvloed (1421), die dood en verderf zaaide in Zeeland en Holland.

Sint Elisabethsvloed 1421 – Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen

Voorne-Putten

Tot aan de 15e eeuw waren Voorne en Putten afzonderlijke eilanden.

Voorne vormde tot 1216 een geheel met Goeree, het werd toen Oostvoorne genoemd en Goeree was Westvoorne.
Door een serie zware stormen en overstromingen ontstond in datzelfde jaar het Haringvliet en werden Goeree en Voorne gescheiden.

Evenzo werd als gevolg van de St.-Elisabethsvloed van 1421 het toen belangrijke en grotere eiland Putten doorsneden.
Zo onstond het Spui en en kwam een deel van Putten uiteindelijk in de Hoekse Waard terecht.

Vanaf de 15e eeuw zijn de resterende eilanden Voorne en Putten door verzanding van de Bernisse aan elkaar gegroeid.

Frederick de Witt, Novissima Delflandiae Schielandiae ..., 1680

Bedijking van Voorne-Putten

Voor zover bekend zijn in Nederland in de 7e eeuw de eerste dijken aangelegd.
Het ging toen met name om dijken langs getijdenkreken en rivieren.
Zo ontstonden de eerste kleine polders.
Dijkenbouw werd in de vroege middeleeuwen voornamelijk georganiseerd door kloosterorden.

Omstreeks de twaalfde eeuw ging het toezicht en onderhoud van dijken en andere waterwerken over op zgn. Heemraden, de voorloper van onze waterschappen.

Als reactie op de toename van stormvloeden en verlies van land in de kustgebieden werden dijken in de late middeleeuwen ook aangelegd om het land tegen de oprukkende zee te beschermen of op de zee terug te veroveren.

Op ons eiland Voorne-Putten waren de eerste meer landinwaards gelegen gebieden die omstreeks 1200 bedijkt werden klein en hadden een ringdijk.
Voorbeelden hiervan zijn Heenvliet, Zwartewaal en Abbenbroek.
Vanaf die polders werden nieuwe dijken gelegd, zodat er stapsgewijs steeds meer land werd ingepolderd.

De latere meer westelijk gelegen polders waren groter en bovendien met rechte wegen en sloten veel planmatiger ingericht.

Bedijking van de Polder Nieuwenhoorn

Op 28 december van het jaar 1367 werd door Machteld, Vrouwe van Voorne en Burggravin van Zeeland een akte ondertekend, die de uitgave regelde van de bedijking van het gebied op het eiland Voorne bekend als “van den nuwen hoern”, tegenwoordig bekend als Nieuwenhoorn.

Het woord “hoorn” had in het Middelnederlands de betekenis van land aan het water, land dat met enige regelmaat overstroomde.
De aanduiding “nieuw” werd gemaakt ter onderscheid van Oudenhoorn, welke polder al eerder, n.l. in 1355 was bedijkt.

De bedijking van de Nieuwenhoornse polder was in 1368 voltooid.

Caarte vanden Polder vanden Nieuwen Hoorn, 1695

Polder en Dorp Nieuwenhoorn

In nieuwe polders werd in die tijd vrijwel direct na drooglegging een dorp en een kerk gesticht.

De bouw van zo’n kerk werd betaald uit opbrengsten van het nieuw uit te geven land.

Van elke honderd gemeten die er beschikbaar kwamen, werd er één bestemd voor bouw en onderhoud van de kerk.
Eén gemet mat doorgaans 300 roeden, ongeveer 4400 à 4500 vierkante meter.

De meeste huizen in het dorp Nieuwenhoorn stonden in lintbebouwing op en langs de dijk. Het dorp zelf bestond eigenlijk alleen uit de Dorpsstraat, met aan beide zijden wat huizen en … – en nu zijn we eindelijk aanbeland bij het onderwerp waar deze Historie om draait – de kerk.

De Dorpskerk

Van de eerste fase in de geschiedenis van de kerk is vrijwel niets bekend.
Werd er kort na de bedijking in 1368 al een kerk opgetrokken?
En zo ja, was dit eerst een houten kerk of was deze direct in steen gebouwd?
De oudste thans bekende vermelding van de kerk dateert van 1453, dus 85 jaar na de vermoedelijke bouw.

De kerk werd in traditioneel katholieke kruisvorm gebouwd, het belangrijkste deel werd gevormd door het koor.
Het koor vormt de korte halfronde ruimte aan de top van het kruis.

Resten van de fundering van het koor zijn in 1977 en 1987 uitgegraven en onderzocht.

Restanten Koorfundering Nieuwenhoorn, 1987

De Kerktoren

Waarschijnlijk aan het eind van de 15e eeuw is de toren opgetrokken.

Deze stond in eerste instantie los van de kerk, maar is met de aan- of verbouw van 1512 met de kerk verbonden.

In 1524 werd een bronzen luidklok in de toren aangebracht.

Op de rand van de klok is de volgende tekst gegraveerd:
MARIA es mijnen name
Mijn gheluit H. God bequame
alsoe varre als mijn hooren zal
wilt God beware overal
ANO MCV XXIII

Exterieur Nieuwenhoorn, 1990

Het Schip

Zoals uit de tekst op de gevelsteen aan de zuidelijke zijgevel van de kerk blijkt, werd in 1512 een verbouw of aanbouw voltooid.
De tekst luidt:
anno xvc ende xii domini wort dese keerc toe gheleyt in ’de april
Oftewel “in april van het jaar onzes Heren vijftienhonderd en twaalf werd deze kerk onder de kap gebracht”.

De aan- of verbouw betrof in elk geval het schip (lange rechthoekige ruimte) van de kerk.

Steen met inscriptie in Zuidgevel, 1512

Anna Devotie

Katholieke kerken werden altijd aan een heilige gewijd, maar deze is voor de Nieuwenhoornse kerk niet bekend.

Wat wel bekend en zeker interessant is, is dat zich in 1519 in de kerk in het samen met het nieuwe schip gebouwde transcept een Anna en Maria kapel en altaar bevond.
Anna is de moeder van Maria.
Juist omstreeks 1500 nam de Annadevotie in de Lage Landen een grote vlucht.
Mogelijk heeft deze Annaverering zelfs een rol gespeeld bij het besluit tot verbouw van de kerk.

Ter verduidelijking, het schip vormt de lange rechthoekige ruimte aan de onderkant van het kruis.
En het transcept de dwarsruimte tussen schip en koor, de dwarsarmen van het kruis.

Beeldenstorm en Overgang van Katholiek naar Protestant

Na de Beeldenstorm van 1566 en de daarop volgende Reformatie is de kerk rond 1572 onder beheer gekomen van de protestantse gemeente van Nieuwenhoorn en Nieuw-Helvoet.

In 1581 kreeg Nieuwenhoorn zijn eigen gemeente en zijn eigen predikant.

Een van de weinige herinneringen aan de katholieke periode van de kerk is een kleine uitholling aan de zuidwand van het schip.
Een restant van het wijwaterbakje, dat hier ooit was aangebracht.

Na de Reformatie is het koor van de kerk afgebroken.
Op de tekeningen die door Valentijn Klotz in 1672 van het dorp zijn gemaakt, is het koor al niet meer aanwezig.

Valentijn Klotz, Den Nieuwen Hoorn, Gezicht op Nieuwenhoorn, 1672

Rond 1850 werden ook de armen van het transcept afgebroken en werd aan de zijde van de Dorpsweg een nieuwe neoclassicistische consistoriekamer aangebouwd.

Neoclassisistische Consistorie, 1850

Het Bätz Orgel

Bätz orgel, 1821

Op 15 februari 1819 werd door de kerkmeesters voor het voor die tijd niet-geringe bedrag van 6000 gulden een orgel besteld bij de befaamde orgelbouwers de gebroeders Bätz te Utrecht.

De faam van de gebroeders Bätz blijkt wel uit het feit dat zij eerder ook waren verkozen om het orgel van de Utrechtse Domkerk te bouwen.

Na wat vertragingen werd het orgel in juni 1821 opgeleverd.

Het vervoer van het kostbare instrument gebeurde vervolgens door vrachtschipper Barend Klop voor het bedrag van 49 gulden.
Barend Klop had een jaar eerder ook naar aller tevredenheid het Bätz orgel bestemd voor de Vestingkerk in Hellevoetsluis vervoerd.

Het orgel werd op 15 juni 1821 in het schip geladen en naar Nieuwenhoorn vervoerd.

Na verscheping en installatie van het orgel in de Nieuwenhoornse kerk werd het uitvoerig beproefd door de als “examinator” aangestelde Frederik Nieuwenhuijsen, organist van de Domkerk te Utrecht.
Deze was laaiend enthousiast en in zijn eigen woorden was het orgel
ïn allen deelen extra schoon en ruim gebouwd
en geeft het
een overheerlijk effect door de uitwerping van ’t geluid in het kerkgebouw”.

Hij concludeert
er blijft dus geen der minste twijffel over om eenige remarke op dit overheerlijke werk te maken”.
En hij brengt de gebroeders Bätz
de aan hun verschuldigden lof voor deszelfs kunde en vlijt in dit kunststuk betoont”.

De Dorpskerk als Cultureel Trefpunt

Inspelen voor de voorstelling, 2022

Als gevolg van de al lang gaande zijnde terugloop van het aantal kerkgangers is de Dorpskerk sinds 2020 niet meer als kerk in gebruik.
De kerk heeft daardoor vanaf 2020 een tweetal jaren leeg gestaan.

Het Cultureel Trefpunt Voorne aan Zee is bijzonder verheugd en ook vereerd, dat zij vanaf 2022 van deze unieke ruimte gebruik kan en mag maken.

Optredende artiesten zijn unaniem vol lof over het sfeervolle en intieme interieur en over de sublieme akoestiek.
Enkele malen per jaar wordt ook het prachtige orgel nog bij concerten ingezet.

Bezoekers hebben de ambiance en het niveau van het Cultureel Trefpunt inmiddels ontdekt.
En genieten van de prachtige optredens en van de gezelligheid vooraf en na de concerten.
Ons hart wordt steeds weer warm van de fijne reacties.

Wij werken hard aan verdere verruiming en diversificering van het aanbod.
En we hopen zowel trouwe als nieuwe bezoekers (nog) vaak in onze Dorpskerk te mogen ontvangen.